Model en voorbereiding: Deze handleiding geldt voor het afgebeelde voorwiel met motor en luchtband met binnenband van Circular/ES210 en Super LR. Ze geldt niet voor Agaru, Alturo, ES One 10, Augment 360 of ombouw naar massieve banden. Controleer de juiste buitenband, binnenband en het ventiel. Zet de step uit, koppel de lader los en verwijder de normaal uitneembare accu volgens de modelhandleiding. Ondersteun step en wiel stevig. Gebruik passende sleutels, fietsbandenlichters en geschikt ventielgereedschap dat de onderdelen niet beschadigt. Zelf repareren is een keuze; vraag Support om service als je het werk niet veilig kunt uitvoeren.
1. Toegang tot wiel en kabel: Verwijder de rubberen plug met geschikt gereedschap, til de reflecterende sticker voorzichtig op en draai de twee schroeven van de kunststof afdekking los. Gebruik alleen de aanwezige speling in de motorkabel die deze constructie toelaat. Trek nooit aan een kabel die weerstand biedt of aan bedrading vanuit de step.
2. Wiel losmaken en ondersteunen: Houd het wiel ondersteund terwijl je de asmoeren losdraait. Laat het niet vallen of aan de motorkabel hangen. Gebruik de afgebeelde werkpositie alleen als de exacte kabelroute dat zonder spanning toelaat. Verdraai de kabel niet en forceer het wiel niet tegen de vork. Bewaar ringen en asonderdelen in de juiste volgorde.
3. Leeg laten lopen en band openen: Verwijder het ventieldopje en laat met geschikt ventielgereedschap alle lucht ontsnappen. Gebruik geen scherpe voorwerpen tegen de binnenband. Begin voorzichtig met een fietsbandenlichter ongeveer een kwart omwenteling vanaf het ventiel en maak één bandrand langs de velg los. Duw het ventiel door het gat en haal de binnenband eruit. Verwijder de buitenband helemaal als deze moet worden vervangen. Controleer band en velg op schade en vreemde voorwerpen.
4. Buitenband en binnenband plaatsen: Monteer de passende buitenband. Steek het juiste ventiel door de velg in de oorspronkelijke goedgekeurde richting, met voldoende afstand tot vork, kabel en andere onderdelen. Neem geen ventielhoek over van een ander wiel of model. Leg de binnenband zonder vouwen of verdraaiing in de band. Monteer de tweede bandrand vanaf de kant tegenover het ventiel en voorkom dat de binnenband klem raakt.
5. Bandenspanning: Controleer of beide bandhielen overal gelijkmatig zitten en de binnenband niet is ingeklemd. Pomp met een manometer op tot de voorgeschreven druk voor het exacte model en de exacte band. Het maximum op de zijwand is niet automatisch de aanbevolen gebruiksdruk.
6. Terugplaatsen en eindcontrole: Ondersteun het wiel, zet as en ringen correct terug en draai de asbevestigingen vast volgens de specificatie voor die constructie. Verzin geen aanhaalmoment. Leg de motorkabel terug zoals oorspronkelijk, zonder knellen, rekken of draaien. Stop bij beschadigde isolatie of een beschadigde connector. Monteer afdekking, schroeven, plug en reflector. Controleer een stevig bevestigd wiel, vrije rotatie, gelijkmatige bandmontage, beschermde kabel en werkende remmen. Rijd niet met een losse as of een onopgeloste fout. Vraag Support of een gekwalificeerde reparateur om hulp als een specificatie of stap onduidelijk is.
Referentiefoto’s: De foto’s tonen de constructie waarvoor de bovenstaande stappen gelden.



